Index

 Kroniek  van de familie Vanstapel - Vanmarsenille

2003

Romantische milieuschildering. (begin 20ste eeuw )

  JOZEF(JEF) VANSTAPEL woont samen met zijn ouders, zijn zes zussen en één broer op de boerderij vlak bij de kruising van de Luiker-steenweg en de Romeinse kassei. Hij loopt lagere school bij meester Ruppol in Brustem, maar elke morgen moet hij eerst de “misdienen”  bij de Zusters Urselinen in het klooster van Saffraenberg ( nu de Tech-nische school van het Leger). De aalmoezenier  van de instelling is zo tevreden over zijn diensten, dat hij hem een nieuw kostuum schenkt bij zijn Plechtige Communie. Als voorlaatste in de rij kinderen mag hij verder studeren bij de Broeders van de Christelijke Scholen in Sint-Truiden, maar in de loop van het 2de middelbaar breekt zijn vader, Rikus, een been bij de val onder een opgezwollen os en prompt wordt Jef in de boerderij als voerman ingeschakeld.

  De eerste wereldoorlog breekt uit, de Duitse troepen (Pruisen) hebben een kwalijke reputatie en samen met de ganse buurt vlucht de familie langs de Romeinse kassei naar het naburige dorp, Groot-Gelmen. Ze laten de voordeur op een kier en wat voedsel ook een bord met wat geld wordt op de tafel geplaatst: de voorwaarden, opdat de Duitse soldaten de boerderij niet zouden in brand steken. Ieder lid van de familie wordt verplicht een deel van de bezittingen of enig voedselvoorraad met zich mee te dragen en Jef draagt hierbij een grote gedroogde ham en vooral zijn kostuum, dat hij net heeft gekregen.

  De ganse buurt hokt gedurende enkele dagen  samen in een boeren-schuur tot een van de oudere vrouwen, Finneke Gennez-Daenen, het al welletjes vindt; ze besluit terug te keren en…de hele groep volgt haar. En…  o wonder… de Duitsers hebben niets beroerd of afgebrand. Jef is intussen 19 geworden, maar net te jong om het vaderland aan de IJzer te gaan verdedigen; hij wordt tijdens de oorlog nog wel opgeëist om in Duitsland te gaan werken, maar de handige tussenkomst van zijn oudste broer, Lambert(Bert), redt hem op het nippertje. De oorlogsjaren zijn hard, maar op een boerderij heeft men alleszins voldoende voedsel.

  In 1919 wordt Jef natuurlijk opgeroepen voor zijn legerdienst, een groot moment in het leven van elke jongeman uit die tijd. Hij wordt ingelijfd bij het “2e Régiment d’Artillerie Lourde” en lag  als “soldaat-milicien 2e classe” van 19 juli 1919 tot 19 oktober 1920 in het Fort van Waelhem bij Mechelen. Als boerenzoon wordt hij  samen met zijn vriend, Pol Soers uit Donk, uitverkozen om dagelijks met paard en wagen de “vivers” ( de bevoorrading) in Mechelen te gaan ophalen. Talrijk zijn de verhalen -ook amoureuze over zijn lief uit Lier en hun romantische boottochten op de Dijle – die hij over zijn legertijd weet te vertellen. Met de mededeling “ La conduite et la manière de servir n’ont rien laissé à désirer” mag hij in onbepaald verlof.

  Het normale,vaak harde labeur op het land  wordt daarna afgewisseld met de zondagse uitstappen samen met zijn neven Robert en Dolf Lejeune, Domien Marguillier en Theophile Schoofs. Deze laatste is vooral de vedette, wanneer hij tijdens het weekeinde te paard of met paard en koets overal de meisjes het hof maakt. Om het saaie dorpsleven wat op te vrolijken wordt er ook regelmatig toneel gespeeld en zeker, wanneer de bekwame onderwijzer, Herman Verdin, de leiding neemt, voert men zelfs de operette “Walsdroom”van Oscar Strauss op. Ook op kerkelijk vlak worden de zangers ingeschakeld en tot zijn pensioen klinken de kerkelijke hymnen, antifonen en feestelijke misgezangen regelmatig doorheen het huis.

  Na heelwat amoureuze omzwervingen ontmoet Jef op een zondagse toeristische bedevaartuitstap Alice Vanmarsenille te Hoepertingen. Vrienden maken vrienden en nieuwe vriendinnen en enkele tijd later vertrekken elke zondag uit Brustem Jef, Modest Lemaire en Domien Marguillier naar hun respectievelijke liefjes, Alice, Angèle Vanmarsenille en Céline Mox in Muizen en Buvingen. Intussen is de moeder van Jef gestorven en nu hokken daar  3 kluizenaars samen, de oude vader, Rikus, de oudste zoon, Lambert en Jef. Rikus is de kok van dienst en zijn specialiteiten zijn een dikke soep met brokjes en stoemp.Ondanks de hulp van zijn zusters , Henriëtte en Louisa, is een nieuwe vrouw en boerin uiterst welkom.

  Op 26 november 1932 worden in Muizen het burgerlijk en kerkelijk huwelijk ingezegend tussen Joseph Amelius Vanstapel en Alice Rosalie Vanmarsenille. Drie dagen wordt er gefeest: de eerste dag voor de ouders, broers en zusters, de tweede dag voor de neven, de nichten en de vrienden en de derde dag voor de buren. Alice trekt dan in bij de 3 mannen.

  De nieuwe echtelingen zorgen voor een nageslacht: achtereenvolgens worden Robert (1936), Frans (1938) en Jos (1942) geboren.De oude vader, Rikus, sterft in 1942 op 95-tigjarige leeftijd. De tweede wereldoorlog (1939-1945) wordt een nieuwe beproeving en tevens een uitdaging. Het vliegveld, waar vooral Duitse nachtjagers gestationeerd zijn, is regelmatig het doelwit van de geallieerde luchtaanvallen. Wanneer de sirenes op de 3 posten van het Duitse leger, het vliegveld, op Saffraenberg en het bejaardenhuis, St.-Laurentius, aanslaan, moet men dekking zoeken in de schuilkelders. Hele nachten brengt de familie door in de kelder, telkens wanneer een geallieerde nachtvlieger, het “Spook” verrassingsaanvallen uitvoert op het vliegveld. Uiteindelijk worden de scholen gesloten, de zware bombardementen nemen in de lente van 1944 toe en een vertrek uit de bedreigde zone dringt zich op. Gelukkig wordt de ganse familie, de ouders, de 3 kinderen, Jefs oudste broer, Bert ( (1881-1960), en de landbouwhelper, Jef Gorreux (1915-2002) vriendelijk opgenomen bij de jongste zus van Jef, Stephanie, haar man, Herman Vandercapellen en hun 3 kinderen, René, Albert en Josée te Rijkel. Terwijl de mannen het landbouwwerk in Brustem gedurende de dag verder uitvoeren, blijven Alice en de kinderen veilig in Rijkel. Een gevoel van diepe erkentelijkheid voelen de kinderen hiervoor nog altijd. Met de bevrijding door de Amerikanen gaat voor iedereen een nieuwe wereld open. De rijke Amerikaanse soldaten delen hun goederen en voedsel royaal uit: de kinderen krijgen sinaasappelen en chocola, de mannen luxe sigaretten en de vrouwen, vooral de jonge moeten op hun hoede zijn…maar iedereen leeft in een roes en kauwt plots chewing-gum. Daarenboven is op de boerderij Vanstapel een bevoorradingspost voor de luchtdoelartillerieafdeling op de Tom en Jef moet elke dag met kar en paard met de goederen naar de bewakingspost; de beloning was ook in verhouding.

  Na de nederlaag van Duitsland herneemt, dank zij de steun van het Amerikaanse Marshall-plan, het leven stilaan zijn voorname gang. De heropbouw van de getroffen gebouwen en de vernieuwing van de oude: in 1948 wordt het woonhuis van de boerderij volledig opnieuw gebouwd. Bert hervat samen met zijn neef, Robert Lejeune, zijn fruithandel en helpt in zijn vrije dagen op de boerderij. Jef runt samen met zijn echtgenote en helper, Jef Gorreux, de boerderij. Bijna tot aan zijn pensioen bewerkt hij het land met de paarden en wanneer er in de laatste jaren een tractor aan te pas komt, is het zijn zoon, Jos, die het land bewerkt en daarna de boerderij overneemt. De 2 oudste zonen hebben intussen het huis verlaten: Robert onderwijst klassieke talen in het O.-L.-Vrouwecollege te Tongeren en Frans wordt radio-technicus bij de toenmalige BRT te Hasselt.

Romain Vandebosch. Herman Verdin. Jef Vanstapel. Jos Konincks. Robert Schoofs. Florent Bortels. Domien Marguiellier. Theo Dirix. Guillaume Moermans.


  In al die tijd neemt Jef ruim deel aan het sociale leven van het dorp. Na het zingen van de wekelijkse hoogmis is er natuurlijk traditioneel de kaartronde in het café “De drie Gezusters”, op de zondagavond wordt er gekaart ten huize van Emile Breesch en ook in de week is er afwisselend een kaartavond bij familie of thuis

  Daarnaast zijn er tot de 60-tiger jaren de maandelijkse vergaderingen van de Bonden van het H.Hart, waarvan de lidkaarten wel meestal door de kinderen aan huis worden besteld.
 

Jef Vanstapel. Florent Bortels. Gouverneur Louis Roppe. Senator Alfred Vreven. Burgemeester Roger Polus. Pastoor Antoon Smets. Schepen America. Secretaris van de Gouverneur.

  Als boer is Jef ook actief betrokken bij de werking van de Belgische Boerenbond, maar vooral het bestuur van de Kerkfabriek houdt hem bezig. Wanneer de St.-Laurentiuskerk in februari 1965 afbrandt, trekt hij samen met pastoor Robijns en de andere leden van het bestuur elke zondag op bedeltocht in de kerken van Limburg. Na 36 jaar lidmaatschap en 16 jaar voorzitterschap van de Kerkfabriek wordt hij dan ook vereerd met het kerkelijk ereteken O.-L.- Vrouw Oorzaak onzer Blijdschap van het bisdom Hasselt.
 

Georges Schoofs. Archille Pirard. Maria Vanstapel. Arthur Juvijns. Maria Deckers. Joseé Goreux. Robert Vanderbemmden. Abdon Gennez. Bert Christiaens. Alfons Daenen. Robert Gennez. Abdon Schoofs. Ghislaine Deckers. Jef Baré. Mia Schoofs. Raymond Peeters. Emile Herck. Albert Reuter. Jef Pirard. Domien Gielen. Theophile Gielen. Emile Gorreux. Jef Vanstapel.

  Op 13 oktober 1982, op 87-jarige leeftijd kan hij nog, in goede gezondheid, samen met zijn familie en vrienden,  zijn Gouden Bruiloft vieren.

  Want, na de overname van de boerderij zijn Jef en zijn echtgenote wel naar een nabijgelegen woning verhuisd, maar dagelijks is hij nog present op de hoeve: tot zijn laatste snik is hij boer kunnen blijven. Wanneer hij immers op 16 februari 1989, op 94-jarige leeftijd met de fiets van de boerderij terugkeert, sterft hij plots aan een hartaderbreuk op de trappen van zijn huis. Een goed en wijs man ging toen van ons heen.